Over eenzaamheid, ook midden tussen de mensen.
Eenzaamheid heeft weinig te maken met hoeveel mensen er om je heen staan. Je kunt je alleen voelen in een vol huis, op een verjaardag, in een relatie. Het is het gevoel dat niemand je écht kent, en dat het misschien niemand zou opvallen als je er niet was.
Het is een van de meest verzwegen gevoelens die er zijn. We delen vakantiefoto's, geen lege avonden. Toch raakt eenzaamheid bijna iedereen vroeg of laat. En onder dat gevoel ligt een diepe vraag: ben ik gezien? Doet het ertoe dat ik besta?
Een van de mooiste namen voor God in de Bijbel komt niet van een koning of profeet, maar van een weggevluchte slavin. Hagar was zwanger, vernederd en gevlucht naar de woestijn. Niemand zag haar staan. Daar, op de meest verlaten plek denkbaar, ontmoette God haar. En zij gaf Hem een naam:
"En zij noemde den Naam des HEEREN, Die tot haar sprak: Gij, God des aanziens!"
In gewone taal: zij gaf God deze naam: "U bent een God die mij ziet."
Genesis 16:13 · Statenvertaling
De eerste mens in de Bijbel die God een eigen naam geeft, is een vrouw die door iedereen over het hoofd werd gezien. En de naam die ze kiest is precies wat ze nodig had: de God die ziet. Niet vaag, niet in het algemeen, maar haar, persoonlijk, op haar donkerste moment.
Gezien worden is één ding. Maar het verlangen gaat dieper: gekend worden. Dat iemand weet wie je werkelijk bent, met alles erop en eraan, en je dan niet laat vallen. Psalm 139 beschrijft precies dat:
"HEERE! Gij doorgrondt en kent mij. Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten."
In gewone taal: HEER, U kent mij door en door. U weet wanneer ik zit en wanneer ik opsta. Zelfs mijn gedachten kent U van verre.
Psalm 139:1-2 · Statenvertaling
Dit gaat verder dan gezien worden op je goede dagen. Doorgronden betekent: helemaal, tot op de bodem. God kent ook de gedachten die je nooit uitspreekt, de kanten van jezelf die je verbergt. En het opmerkelijke van deze psalm is de toon: het is geen dreigement, maar een lied. De dichter voelt zich er niet door betrapt, maar door gedragen.
Ook hier geldt: God kijkt niet van een afstandje toe. Jezus kende eenzaamheid persoonlijk, dieper dan wie ook. In de nacht voor Zijn sterven vielen Zijn beste vrienden in slaap terwijl Hij doodsbang was. Eén verried Hem, één verloochende Hem, de rest vluchtte. Hij stierf alleen, zelfs door God verlaten, zo voelde het, en zo sprak Hij het uit aan het kruis.
Dat betekent: als jij je verlaten voelt, is er Iemand die exact weet hoe dat is. Niet uit een boekje, maar uit ervaring. En juist Hij zegt tegen iedereen die bij Hem hoort:
"En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld."
In gewone taal: en weet dit: Ik ben bij jullie, alle dagen, tot het einde van de wereld.
Mattheüs 28:20 · Statenvertaling
Alle dagen. Niet alleen de zondagen, niet alleen de goede dagen. Ook de lege avonden, de stille weekenden, de nachten waarin de eenzaamheid het hardst schreeuwt.
Gods nabijheid is geen vervanging voor menselijk contact, en zo is het ook niet bedoeld. Het eerste wat God in de Bijbel "niet goed" noemt, is dat de mens alleen is. Geloof leidde daarom altijd tot gemeenschap: mensen die naar elkaar omzien, samen eten, elkaars lasten dragen. Een kerk is op haar best precies dat: een plek waar je niet eerst iets hoeft te presteren om erbij te horen. Wie zich eenzaam voelt, mag dus twee dingen tegelijk doen: zich richten tot de God die ziet, én een stap zetten richting mensen.
Eenzaamheid wordt kleiner als je hem uitspreekt. Zeg het tegen God, in je eigen woorden. En durf één kleine stap naar mensen te zetten: een appje, een kop koffie, een kerkdienst. Je hoeft niet te wachten tot het gevoel weg is.
Je bent gezien. Niet door een camera of een algoritme, maar door een God die je naam kent.