Het verhaal van Jezus

Eén verhaal, van het begin tot vandaag

De Bijbel is geen verzameling losse regels. Het is één doorlopend verhaal, met één rode draad: liefde die niet loslaat.

I

De belofte

Het verhaal begint goed: een wereld die deugt, mensen die in vrede leven met God, met elkaar en met zichzelf. Maar al op de eerste bladzijden gaat het mis. De mens kiest zijn eigen weg, en het eerste wat hij daarna doet, is zich verstoppen. Herkenbaar tot op vandaag: iets in ons verbergt zich, voor elkaar en voor God.

En dan komt de zin die de toon zet voor alles wat volgt. God loopt door de hof en roept de mens. Niet "wat heb je gedaan", maar:

"En de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij?"

In gewone taal: God riep de mens en zei: waar ben je?

Genesis 3:9 · Statenvertaling

De eerste vraag van God aan de mens is een zoekvraag. De rest van het Oude Testament is één lange uitwerking daarvan: een God die beloften doet, een volk uitkiest, profeten stuurt, en steeds opnieuw aankondigt dat Hij zelf zal komen om het goed te maken. Eeuwenlang groeit de verwachting: er komt een Redder.

Genesis 3 · de profeten, o.a. Jesaja
II

Het Woord werd mens

En dan, op een nacht in Bethlehem, gebeurt het ondenkbare. God blijft niet op afstand, stuurt niet alleen een boodschapper, maar komt zelf. Als mens. Geboren in een stal, omdat er nergens anders plek was. De Schepper van het heelal, met handjes die zich om een vinger klemmen.

"En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond."

In gewone taal: Gods Woord is mens geworden en is bij ons komen wonen.

Johannes 1:14 · Statenvertaling

Sta even stil bij wat hier geclaimd wordt. Niet dat een wijze leraar werd geboren, maar dat God zelf onze huid aantrok. Dichterbij kon Hij niet komen. Wie wil weten hoe God is, hoeft sindsdien niet meer te gissen: kijk naar Jezus.

Johannes 1 · Lukas 2 · Mattheüs 1-2
III

Hij leefde onder ons

Zo'n dertig jaar leefde Jezus in stilte, als timmermanszoon in Nazareth. Daarna trok Hij drie jaar rond door Galilea en Judea, en die drie jaar veranderden de wereldgeschiedenis. Hij genas zieken, gaf blinden het zicht terug, stilde een storm met één woord. Maar minstens zo schokkend als Zijn wonderen was Zijn gezelschap: Hij at met tollenaars, de meest gehate verraders van het volk. Hij liet zich aanraken door mensen die niemand aanraakte. Hij nam vrouwen serieus in een tijd die dat niet deed, en zette een kind in het midden als voorbeeld.

Aan godsdienstige mensen die op anderen neerkeken vertelde Hij gelijkenissen die nog steeds schuren: over een verloren zoon die met open armen wordt ontvangen, over een gehate buitenlander die de barmhartige blijkt. Zelf vatte Hij Zijn missie zo samen:

"Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was."

In gewone taal: Ik ben gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.

Lukas 19:10 · Statenvertaling

Zoeken. Daar is het woord weer. De vraag uit de hof, "waar ben je?", is in Jezus op pad gegaan, de straten op, de huizen in.

de vier evangeliën: Mattheüs, Markus, Lukas, Johannes
IV

Liefde tot het uiterste

Wie zo leeft, maakt vijanden. De religieuze elite zag haar positie bedreigd, de menigte die "Hosanna" riep, schreeuwde een week later "kruisig Hem". Jezus werd verraden door een vriend, in de steek gelaten door de rest, veroordeeld in een schijnproces en gekruisigd tussen twee misdadigers, de wreedste straf die het Romeinse rijk kende.

Het rauwe van het verhaal is: Hij zag het aankomen en ging toch. De Bijbel zegt dat daar, aan dat kruis, meer gebeurde dan een justitiële moord. Daar droeg Hij wat wij niet konden dragen: onze schuld, ons falen, onze godverlatenheid. Vrijwillig, in onze plaats.

"Niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden."

In gewone taal: er is geen grotere liefde dan je leven geven voor je vrienden.

Johannes 15:13 · Statenvertaling

Zijn laatste woorden aan het kruis waren: "Het is volbracht." Niet "het is voorbij", maar: het is áf. De rekening is betaald, de weg terug naar God ligt open.

de lijdensgeschiedenis · Jesaja 53
V

De dood overwonnen

Daarmee had het verhaal kunnen eindigen: een inspirerende man, tragisch gestorven, zoals zo velen. De leerlingen dachten dat ook; ze zaten verslagen achter gesloten deuren. Maar op de derde dag gingen vrouwen naar het graf om het lichaam te verzorgen, en vonden het leeg.

"Hij is hier niet; want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft."

In gewone taal: Hij is hier niet. Hij is opgestaan, precies zoals Hij gezegd had.

Mattheüs 28:6 · Statenvertaling

Daarna verscheen Jezus levend aan Zijn leerlingen: aan Maria in de tuin, aan twee wandelaars op weg naar Emmaüs, aan de twijfelende Thomas, aan vijfhonderd mensen tegelijk. Dezelfde leerlingen die waren weggevlucht, stonden weken later op straat te verkondigen dat Hij leefde, en hadden daar hun leven voor over. Mensen sterven niet voor iets waarvan ze weten dat het verzonnen is.

Als dit waar is, en het christelijk geloof staat of valt ermee, dan is de dood niet langer een muur maar een deur. Lees daarover meer bij de dood en hoop.

Mattheüs 28 · Lukas 24 · Johannes 20-21 · 1 Korinthe 15
VI

Hij leeft, nu

Veertig dagen na de opstanding keerde Jezus terug naar Zijn Vader, met een opdracht en een belofte voor wie achterbleven. De opdracht: vertel het door, aan iedereen. De belofte:

"En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld."

In gewone taal: en weet dit: Ik ben bij jullie, alle dagen, tot het einde van de wereld.

Mattheüs 28:20 · Statenvertaling

Dat is de reden dat deze site bestaat. Jezus is geen figuur uit een ver verleden, geen standbeeld, geen hoofdstuk geschiedenis. Hij leeft, vandaag, en Hij nodigt je uit Hem te leren kennen. Niet als een idee om over na te denken, maar als Iemand om mee te leven. Het verhaal dat begon met "waar ben je?" eindigt met een omgekeerde beweging: nu mag jij vragen waar Híj is. En het antwoord is: dichterbij dan je denkt.

Handelingen 1 · vandaag

De rode draad? Niet jij die God moet vinden. Maar God die jou al zoekt, lang voordat jij begon te zoeken.

Van de vraag in de hof ("waar ben je?") tot de Zoon die kwam "om te zoeken wat verloren was": het is één beweging, van Hem naar jou.