Levensvragen

Mag ik blijven twijfelen?

Over vragen die niet weggaan, en waarom dat geen diskwalificatie is.

Misschien ben je opgegroeid met geloof en is het gaan schuiven. Misschien sta je buiten en lijkt geloven iets voor mensen die geen vragen stellen. In beide gevallen: welkom. Dit stuk is voor twijfelaars.

Er bestaat een hardnekkig beeld dat geloof en twijfel tegenpolen zijn. Alsof een echte gelovige nooit wakker ligt van vragen, en wie twijfelt eigenlijk al half is afgehaakt. De Bijbel zelf is daar verrassend veel milder over. Sterker nog: sommige van de grootste gelovigen uit de Bijbel waren ook de grootste vragenstellers.

Twijfelaars staan in de Bijbel, met naam en toenaam

Neem Thomas, één van de twaalf leerlingen van Jezus. Toen de anderen vertelden dat Jezus was opgestaan, weigerde hij het te geloven zonder bewijs. Hij wilde de wonden zien en aanraken. Wat opvalt is wat er dáárna gebeurt: Jezus stuurt hem niet weg, maar komt speciaal voor hem terug.

"Daarna zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand, en steek ze in Mijn zijde; en wees niet ongelovig, maar gelovig."

In gewone taal: Jezus zei tegen Thomas: kom maar, kijk naar Mijn handen, raak Mijn wonden aan. En vertrouw Me maar.

Johannes 20:27 · Statenvertaling

Jezus neemt de twijfel van Thomas serieus en geeft hem wat hij nodig heeft. Geen verwijt vooraf, geen voorwaarden. De twijfelaar krijgt een persoonlijke ontmoeting. Dat zegt iets over hoe God met vragenstellers omgaat.

"Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp"

Nog zo'n moment. Een vader komt bij Jezus met zijn doodzieke zoon. Jezus zegt dat alles mogelijk is voor wie gelooft. Het antwoord van die vader is misschien wel de eerlijkste geloofsbelijdenis uit de hele Bijbel:

"En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp."

In gewone taal: de vader riep in tranen: ik geloof! Help mij waar ik nog niet geloof.

Markus 9:24 · Statenvertaling

Geloof en ongeloof, in één zin, in één hart. En Jezus geneest de jongen. Blijkbaar hoeft je geloof niet honderd procent zuiver te zijn voordat God ermee uit de voeten kan. Een half geloof dat eerlijk roept, is Hem liever dan een perfect geloof dat niet bestaat.

Twijfel kan twee kanten op werken

Toch is het goed om eerlijk te zijn: er bestaat ook twijfel die je vastzet. Het verschil zit niet in de vragen zelf, maar in wat je ermee doet. Twijfel die vraagt, zoekt, leest en klopt, brengt je verder, welke kant het antwoord ook op valt. Twijfel die alleen maar hangt, als een excuus om nooit te hoeven kiezen, brengt je nergens. Jezus deed daarover een opmerkelijke uitspraak:

"Zo iemand wil Deszelfs wil doen, die zal van deze leer bekennen, of zij uit God is, dan of Ik van Mijzelven spreek."

In gewone taal: wie bereid is Gods wil te doen, zal ontdekken of Mijn woorden van God komen of niet. Anders gezegd: de waarheid leer je niet alleen kennen door erover na te denken, maar door ermee op weg te gaan.

Johannes 7:17 · Statenvertaling

Dat is een uitnodiging om te toetsen. Niet eerst alle vragen beantwoord krijgen en dan pas een stap zetten, maar al wandelend ontdekken. Zoals je iemand niet leert vertrouwen door een dossier te lezen, maar door met hem op te trekken.

Je hoeft niet te springen, je mag wandelen

Geloven wordt soms voorgesteld als een blinde sprong. Voor de meeste mensen is het eerder een weg: stap voor stap, met vragen in je rugzak die onderweg soms antwoord krijgen en soms van vorm veranderen. Je mag beginnen waar je bent, met de twijfel die je hebt. De vraag is niet of je vragen hebt, maar of je ze durft te stellen aan het juiste adres.

Voor nu

Stel je vragen hardop. Schrijf ze op, leg ze voor aan iemand die gelooft, of zeg ze tegen God zelf, ook als je niet zeker weet of Hij bestaat. "Als U er bent, laat U dan vinden" is een volwaardig gebed.

Twijfel sluit je niet uit. In de Bijbel is het vaak juist de plek waar de ontmoeting begint.