Over verdriet, verlies en de stilte die zo luid kan zijn.
Misschien lees je dit met een brok in je keel. Omdat je iemand verloor, of iets wat niet meer terugkomt. En ergens vraag je je af: waar was God toen?
We willen die vraag niet wegpoetsen. De Bijbel doet dat ook niet. Er staan hele boeken in vol verdriet, woede en aanklacht richting God. De Psalmen staan er vol mee: mensen die het uitschreeuwen, die God vragen waarom Hij zwijgt, die zich verlaten voelen. Die woorden staan niet in de Bijbel ondanks het geloof, maar als onderdeel ervan. Je mag dus klagen. Geloof betekent niet dat je geen verdriet meer hebt.
Eén van de meest rauwe zinnen uit de Bijbel komt uit Psalm 22, en eeuwen later nam Jezus zelf die woorden in de mond toen Hij aan het kruis hing:
"Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?"
In gewone taal: mijn God, waarom hebt U mij in de steek gelaten? Het is de vraag van iemand die zich door God verlaten voelt, en die vraag toch aan God zelf stelt.
Psalm 22:2 · Statenvertaling
Sta daar even bij stil: deze vraag staat in de Bijbel. God heeft de klacht van de mens een plek gegeven in Zijn eigen Woord. Je hoeft je verdriet dus niet eerst op te ruimen voordat je bij Hem mag komen. Je mag komen zoals je bent, met alles wat schreeuwt en schuurt.
Het opvallende van de Bijbel is niet dat God het lijden uitlegt. Dat doet Hij vaak niet, en dat kan eerlijk gezegd ook pijn doen. Het opvallende is iets anders: Hij komt erbij. Hij blijft niet op afstand toekijken, maar daalt af in onze pijn.
"De HEERE is nabij de gebrokenen van hart, en Hij behoudt de verslagenen van geest."
In gewone taal: God is juist dichtbij mensen met een gebroken hart. Hij redt wie de moed verloren heeft.
Psalm 34:19 · Statenvertaling
Niet: God is nabij wie sterk zijn, wie het op een rijtje hebben, wie netjes blijven geloven. Maar: nabij de gebrokenen. Als dat over jou gaat, dan zegt deze tekst dat je je op dit moment dichter bij Gods hart bevindt dan je denkt.
Toen Jezus bij het graf van Zijn vriend Lazarus stond, gebeurde er iets opmerkelijks. Hij wist dat Hij Lazarus zou opwekken. En toch staat er, in het kortste vers van de Bijbel:
"Jezus weende."
In gewone taal: Jezus huilde.
Johannes 11:35 · Statenvertaling
God kent verdriet dus niet alleen van bovenaf, als toeschouwer. In Jezus heeft Hij het van binnenuit meegemaakt: het verlies van een vriend, de tranen, de ontreddering van de mensen om hem heen. Als jij huilt, huilt Hij niet ver van je vandaan. Hij is een God met tranen op Zijn gezicht.
De hoop van het geloof is niet dat de pijn er nooit was. Verlies blijft verlies, en gemis blijft schrijnen. De hoop is dat de pijn niet het einde van het verhaal is. Door de opstanding van Jezus staat er een belofte open die verder reikt dan dit leven:
"En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan."
In gewone taal: God zal zelf alle tranen wegvegen. De dood zal er niet meer zijn. Geen rouw, geen gehuil, geen pijn. Alles wat nu zo zwaar is, is dan voorbij.
Openbaring 21:4 · Statenvertaling
Let op het beeld: God veegt de tranen af. Dat is geen afstandelijk gebaar, maar iets wat je doet bij iemand die je liefhebt, van dichtbij, met je eigen hand. Zo eindigt het verhaal van de Bijbel: niet met een uitleg over het lijden, maar met een God die Zijn hand uitstrekt naar een betraand gezicht.
Verdriet hoef je niet weg te geloven en niet alleen te dragen. Zoek mensen op die met je meelopen. En als je wilt, leg je verdriet in je eigen woorden bij God neer. Hij kan ertegen, ook tegen je boosheid.
Je verdriet maakt je niet minder welkom bij God. Misschien brengt het je juist dichterbij dan ooit.